V.I.P.-Partners van Suiker

                                 


 

Evelien Bosmans rijft twee hoofdrollen binnen

altMOL, ANTWERPEN - Ondank het feit dat ze nog maar 21 jaar is en met nog erg veel gedrevenheid studeert aan de Toneelacademie van Maastricht, haalde Evelien Bosmans vorig jaar al twee hoofdrollen binnen. In het najaar is Evelien te zien als Germaine in de film ‘Groenten uit Balen’ van Frank Van Mechelen naar het bekende toneelstuk van Walter Van den Broeck. In januari 2012 maakt ze dan weer haar tv-debuut als Nicky in ‘Rang 1’ het nieuwe feuilleton van TV1 met onder meer Vic De Wachter en Gilda De Bal. Bovendien staat ze nu op de planken van de Bourla met het veelbelovende jonge theatergezelschap FC Bergman, met onder anderen Marie Vinck. Dat plotse succes is volgens haar enkel te danken aan ‘toeval’. Maar in zoveel toeval geloven we niet. Talent zal zeker ook in haar leven een hoofdrol opeisen.
 
Evelien troont ons voor het interview mee naar het zeer authentieke volkscafé ‘De Duifkens’ in de schaduw van de imposante Bourlaschouwburg. Aan de muur hangen zwart-witfoto’s van stamgasten en theatericonen als Jan Decleir, Wannes Van de Velde en Bert André. “We hebben ooit met academiestudenten het plan opgevat om in ’t geniep onze foto’s hier tussen te hangen”, lacht Evelien. “Wie weet hangen ze je hier later wel op”, denken we hardop. “Ach, we zien wel”, zegt Evelien. 
 

Film is fantastisch. Je zit je drie uren op te fokken. En dan: bam!

 
Evelien, bij ons weten kom je uit een gewoon gezin zonder artistieke ouders of voorouders. Mogen we weten uit welk nest je komt?
 
Evelien Bosmans: “Thuis is er inderdaad niemand met theater bezig geweest. Onze papa is wel een entertainer maar ik denk niet dat hij zich voor een publiek van honderd man staande houdt. (lacht). Ik heb twee jaar op het Sint-Jan Berchmanscollege in Mol gezeten maar ben dan naar de kunsthumaniora in Lier en later naar het conservatorium in Antwerpen gegaan. Op mijn veertiende had ik al zoiets van: nee, dat is geen onderwijs voor mij. Veel te theoretisch. Ik heb me op het college nooit thuis gevoeld. Die school was ook veel te groot voor mij. Ik voelde me veel meer op mijn gemak in kleinere groepen. Ik volgde ook toneel en voordracht aan de academie in Mol. Ik droomde er al op zeer jonge leeftijd van actrice te worden. Een leerkracht Nederland aan het college, Brendan De Bie, heeft me daarin heel hard gesteund. “Je moet dat doen Evelien; de wereld ligt open. Doe wat je graag doet”, zei hij. Ik was als kind altijd aan het tekenen en schilderen, ik zocht naar wegen om creatief te zijn en speelde altijd toneeltjes met vriendjes. Ook juffrouw Betty van het vijfde leerjaar in Mol-Ezaart stimuleerde me. Ik werd door hen gesterkt in de overtuiging: als ik dat wil, kan ik dat doen. 
 
altVond je gelijkgestemden in je vriendenkring?
 
Evelien Bosmans: Niet veel, een stuk of drie, vier. We klitten samen en zaten vaak in het café Het Wassalon in de Corbiestraat. De vrienden die ik toen had, zijn later allemaal iets met kunst gaan doen. Een van beste vriendinnen van toen, Siet Raeymaekers, zit nu in PARTS, het dansgezelschap van Anne Teresa De Keersmaeker. We maakten toen al plannen om theatervoorstellingen te maken. We zaten ook vaak onder de molen in Ezaart te filosoferen. Siet en ik zijn toen samen naar de kunsthumaniora van Lier getrokken. 
 
Thuis zeiden ze niet: “Doe maar eerst het college uit en dan zien we nadien wel wat het met theater wordt?
 
Evelien Bosmans: Neen, mijn ouders hebben me daarin steeds heel vrij gelaten. Ook dankzij die leraar in het college hadden ze er vertrouwen in. “In orde”,  zeiden ze, “als dat hetgeen is wat je gelukkig maakt.” Dat is ook de enige juiste ingesteldheid van ouders. Anders krijg je toch maar een ongelukkig kind. Er zijn veel mensen van achttien jaar die niet weten welke richting ze moeten uitgaan. Dat moet verschrikkelijk zijn. Het is zo belangrijk om onmiddellijk een doel in je leven te hebben. Dát wil ik worden. Ik heb er nooit aan getwijfeld. Ik weet: dat klinkt nu heel raar. 
 
Je moet daarvoor erg overtuigd zijn van je eigen talent
 
Evelien Bosmans: Dat niet alleen. Ik ben er nog meer van overtuigd dat het tachtig procent hard werken is en twintig procent talent. 
 
Wordt een meisje uit Mol onmiddellijk aanvaard in het kunstmilieu? 
 
Evelien Bosmans: In Lier kwamen de studenten uit alle hoeken van België. We hadden er wel een kliek uit Mol. Ik voelde me daar onmiddellijk thuiskomen. Ik had er wel veel voor over, hoor. Elke dag om zes uur opstaan, met mijn fiets naar het station, daar de trein nemen dan de bus op naar school en ’s avonds pas thuis om zeven uur. Nu pas besef ik dat ik al van mijn zestiende veel onderweg ben geweest. Je moet lijden voor de kunst. (lacht)
 
Je hebt je wortels moeten loslaten. Je wilde tot voor kort zelfs niets te maken hebben met je Kempense omgeving. 
 
Evelien Bosmans:  Ik heb het Kempens nooit echt willen spreken. Mijn vader praat met zijn vrienden plat-Mols maar tegen ons heel beschaafd. Ik heb het Kempense dialect altijd zo lelijk gevonden, zo boers. Ik wilde er niets mee te maken hebben. Pas nu, sinds mijn rol in ‘Groenten uit Balen’, zie ik in wat voor een fantastisch dialect het is. Ik vind het zelfs het mooiste dialect van België. Het is ook heel grappig.  Ik, die mij altijd zo tegen het Kempens verzet heb, moet nu mijn eerste rol meteen in het plat-Kempens doen. Ik heb dat terug bij mij naar boven moeten brengen. Maar dat ging verrassend genoeg heel snel. Het heeft blijkbaar altijd in mijn hoofd gezeten. Nu kan ik zelf de knop onmiddellijk omdraaien (spreekt plat- Mols). Het voelt zelfs als een soort bevrijding om het te kunnen spreken. Ik spreek nu zelfs plat-Mols met mijn vader. 
 
Er wordt vandaag zelfs gedweept met het Kempens.
 
Evelien Bosmans: Het is erg hip. Het Kempens geeft ook perfect de aard van de Kempenaar weer: de kneuterigheid, de Vlaamsche familie in kleine achterkeukens. Ik vind dat superschoon en we moeten daar trots op zijn. 
 
Is het feit dat je uit de Kempen komt de reden waarom je de rol van ‘Groenten uit Balen’ hebt gekregen?
 
Evelien Bosmans: Ik denk het wel.
 
alt‘Groenten uit Balen’ speelt zich af in een arbeidersmilieu in de jaren zeventig. Je was toen nog niet eens geboren. Zijn er nog herkenbare elementen in je omgeving?
 
Evelien Bosmans: Het huisje dat Walter Van den Broeck beschrijft, herken ik wel. Ik heb mijn overgrootmoeder nog gekend. Ze woonde in zo’n typisch huisje met een stoof en een veranda. Alles speelde zich daar af in de keuken. Ze had wel een salon maar daar kwam je nooit. Iedereen kwam langs achter, de facteur kwam er nog binnen om de post te brengen. 
Ik ben ook met Jef Sleeckx gaan praten (Klik hier voor het Suiker-interview met Jef Sleeckx). Amaai! Ik dacht: ik ga er voor een halfuur naartoe, maar ik heb er uren gezeten! Jef is een fantastische verhalenverteller en ik kan wel meegaan in die veelheid van verhalen. Plots zit je van Balen-Wezel in China. Ik ben ook samen met mijn papa naar de site in Balen-Wezel gaan kijken. Veel dingen zijn al verdwenen. Daarom wordt veel van de film in Zelzate gedraaid, waar nog veel originele arbeidershuizen staan. 
 
Als je een dergelijke rol binnenhaalt, moet je dan zelf uitzoeken waar het allemaal rond draait?
 
Evelien Bosmans: Natuurlijk wordt daar onder de acteurs keiveel over gepraat. In het begin doe je uitsluitend lezingen van het script, samen met alle acteurs. Er wordt dan voortdurend over de betekenissen van die scènes in die tijd gepraat. Maar je moet er niet te veel mee bezig zijn hoe het in die tijd was, in mijn geval: hoe was het om een meisje te zijn in de jaren zeventig. Je moet dat terugbrengen naar vandaag en zo waarheidsgetrouw mogelijk neerzetten. Als Germaine in die tijd liefdesverdriet had, is dat liefdesverdriet in deze tijd voor mij.
 
Je zei dat je de Kempense griet in je naar boven moest halen: een meisje dat in de GB werkte en vroeg zwanger werd. Die ervaringen staan wel ver van je eigen leefwereld. 
 
Evelien Bosmans: Absoluut. Maar ik denk dat Germaine een fantastisch meisje was.  Ik kan me perfect in haar herkennen, ook al was ik op die leeftijd met andere dingen bezig. Ik kom uit een zogenaamde betere familie maar misschien had Germaine, als ze in een dergelijk milieu geboren was, dezelfde dingen gedaan. Ze wil voortdurend weg uit haar milieu, weg uit Balen-Wezel en daar kan ik me heel hard in vinden. Ook in haar naïviteit. Ze wil weg en gaat ook weg. De film heeft een open einde maar ik ben ervan overtuigd dat ze er ook gaat geraken. Ze gaat de wijde wereld intrekken.
 
Regisseur Frank Van Mechelen omschreef jou als een godsgeschenk. De audities voor de rol verliepen blijkbaar erg moeilijk tot jij je als een van de laatsten presenteerde. “Ik wist onmiddellijk dat het Evelien moest worden”, zei hij.
 
Evelien Bosmans: Ik had al zoveel audities gedaan en telkens was dat niets geworden. Ik geloofde er ook echt niet meer in. Ik heb nooit na een casting het gevoel: nu heb ik de rol. 
 
Wat doe je dan als je het verlossende antwoord krijgt?
 
Evelien Bosmans: Ik kreeg een telefoontje van de productieleiding. Ik ben nadien niet onmiddellijk uit de bol gegaan, integendeel. Ik zat op de bus te wachten om naar school in Maastricht te gaan. Ik heb het zelf tegen niemand van mijn klasgenoten verteld. Effe nadenken en laten bezinken. Ik ben het pas ’s avonds aan een aantal mensen beginnen te vertellen. Ik had niet alleen een rol in ‘Groenten uit Balen’ maar ook in ‘Rang 1’ Ongelooflijk. Maar ik zat nog op school en het was niet zeker dat ik de rollen wel kon aannemen. Maar daarin is Maastricht fantastisch: ik denk dat geen enkele andere school dat zou toelaten. Ze hebben erover vergaderd en stonden er volledig achter. Ik mag vijf maanden weg van school en volgend jaar mijn opleiding gewoon verderzetten. 
 
Is het normaal dat je audities doet terwijl je nog een opleiding volgt?
 
Evelien Bosmans: De meesten doen het omdat de kansen niet voor het rapen liggen. Het is ook een mogelijkheid om je aan het wereldje te tonen. Ze leren je kennen en weten waar je mee bezig bent. 
 
Je gaat nu de school niet definitief vaarwel zeggen en het ijzer smeden terwijl het heet is.
 
Evelien Bosmans: Absoluut niet. Ik heb nog zoveel te leren. En ik wil nog zoveel leren! De beste mogelijkheden daarvoor krijg je op school. 
 
Waarom ben je voor je opleiding naar Maastricht getrokken?
 
Evelien Bosmans: Ik wilde altijd al naar Maastricht gaan. Het is er niet beter of slechter dan hier. Maar in België hanteert men een soort van afvalsysteem waardoor je als student voortdurend met de angst zit dat je gebuisd wordt. Zo’n systeem beknot mij om nieuwe zaken aan te durven, uit vrees van school te vliegen. Voor anderen kan het dan weer een extra motivatie betekenen. In Maastricht zijn de toelatingsproeven dan weer zeer zwaar, maar als je eenmaal mag beginnen, weet je dat de docenten er alles aan zullen doen om heel je klas te laten afstuderen. Dat geeft me een geweldig vrij gevoel. Ik mag er alles uitproberen en zelfs op mijn bek gaan zonder dat ik er voor gestraft word. 
 
Word je er als Vlaming aanvaard?
 
Evelien Bosmans: Zeker! Ze vinden het ‘Vlaams’ een fantastische taal. Mijn klasgenoten kunnen er echt op kicken. Ik voel me er heel erg thuis.
 
Met twee rollen beleef je nu allicht vreselijk drukke tijden.
 
Evelien Bosmans: Ik heb het totaal verkeerd ingeschat. Ik dacht al dat ik het niet drukker kon krijgen met mijn opleiding in Maastricht: dat is ook alsmaar repeteren en lessen volgen. Meer kan ik niet aan, dacht ik. Maar dit! Amaai! Er zijn weken geweest dat ik thuis kwam en mijn lief me onmiddellijk naar bed stuurde. Ik was echt kapot. Er waren dagen dat ik in de voormiddag naar de opnamen moest van ‘Rang 1’ en in de namiddag naar ‘Groenten uit Balen’. Dat is niet voor herhaling vatbaar. 
 
Het zijn ook twee totaal andere rollen.
 
Evelien Bosmans: Ook dat nog. Ik vreesde dat ik Mols ging praten voor mijn rol in ‘Rang 1’. (lacht). Maar dat is gelukkig niet gebeurd. Je moet gewoon je focus verleggen en je volledig concentreren op die ene rol. Ik deed dat in de auto op weg naar de andere opnames. 
 
Ben je niet gaan zweven? 
 
Evelien Bosmans: Ach, heel veel is toeval: ze zochten voor ‘Groenten uit Balen’ een jong Mols meisje. Hoeveel schieten er dan nog over van mijn leeftijd? 
 
Ben je nu niet te Kempens bescheiden? 
 
Evelien Bosmans: Ik denk het niet. Zijn Kempenaars bescheiden?
 
Frank Van Mechelen zei ook nog: ‘Van Evelien Bosmans ga je nog horen.’
 
Evelien Bosmans: Het is te hopen. (lacht) Ik ga eerst mijn opleiding afmaken. En ik wil ook nog heel veel theater gaan spelen. Pas op: ik vind film ook een fantastisch medium waar ik echt van kan genieten. Je wordt geschminkt, trekt je kostuum aan, wacht drie uren en dan moet je alles in twee minuten presteren. Je zit je drie uren op te fokken. En dan: bam! Je moet er staan. Dat is heel moeilijk. Terwijl theater een boog is. Je speelt chronologisch een verhaal terwijl filmscènes door mekaar gespeeld worden. Theater is een van mijn grote liefdes. Ik heb net gehoord dat ik binnenkort mee mag spelen met FC Bergman, de nieuwe theatergroep met Marie Vinck. Daar ga ik in januari een voorstelling mee doen in de Bourla. Ik heb het er nog even bijgepakt. (lacht)
 
Opnieuw een professionele opdracht en je blijft volhouden dat het allemaal toeval is en dat dit jou in de schoot wordt geworpen.
 
Evelien Bosmans: (lacht). Ja! Ik doe zowel theater als film en tv graag. Het liefste wat ik zou willen doen, is een collectief opstarten en daarmee heel de wereld doortrekken om overal theater te gaan maken. Maar dat gaat nooit lukken want je hebt daarvoor geweldig veel geld nodig. Ik wil het theater gewoon terug naar de mensen brengen. Dat moet absoluut gebeuren! Niemand gaat nog naar het theater. Niemand! Dat is toch verschrikkelijk. Als ik in Mol naar ’t Getouw ga, zit er in erg goede voorstellingen soms maar vijf man in de zaal. 
 
Waaraan ligt dat?
 
Evelien Bosmans: Ja waaraan ligt dat? Ik heb het er al vaak met mensen over gehad. Deels uit gemakzucht, denk ik. Het is veel makkelijker om voor tv te blijven zitten. Ik weet dat ook van mezelf. Ik ben ’s avonds ook vaak nog te moe om uit mijn zetel te komen. Maar theater is vaak ook veel minder toegankelijker dan vroeger. Toen ging theater nog over wat mensen bezig hield. Nu staat theater te ver van waar ze dagelijks mee bezig zijn. Ik heb toch al wat theater gezien waarbij ik dacht: ‘Mannekens, dat is het niet’. Je maakt theater toch voor een publiek. En als er geen publiek is, is dat toch heel kut. 
 
Maar is er ook geen keerzijde. Nederland wil nog enkel subsidies geven aan gezelschappen die bewijzen dat ze veel publiek trekken. Vernieuwend en moeilijk theater valt dan sowieso uit de boot. 
 
Evelien Bosmans: Dat is ook geen oplossing natuurlijk!  Kleine vernieuwende gezelschappen moeten subsidies krijgen, anders redden die het gewoonweg niet.'Maar tegenwoordig doen veel theatergezelschappen alleen maar aan ‘prosumptie’. Ken je dat begrip? Het staat voor ‘producent is consument’ en houdt in dat het publiek nog maar uitsluitend bestaat uit mensen die zelf met theater bezig zijn. Je maakt alleen maar theater voor dat elitegroepje. Dat heeft toch geen zin. 
 
Boven jouw hangt een affiche van het ‘Echt Antwaarps teater’. Ik vermoed dat dat ook niet jouw ding is?
 
Evelien Bosmans: Nee, maar ik denk dat je sowieso theater kan maken met diepgang zonder dat het afstandelijk en elitair wordt. Je moet theater maken met verschillende lagen. Elke laag kan zijn publiek hebben zodat iedereen ernaar kan komen kijken. Maar dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. 
 
Heb je geen schrik van het onzeker leven van een actrice? 
 
Evelien Bosmans: Nee, daar heb ik in heel mijn leven nog nooit schrik van gehad. Als mensen me vragen wat ik doe, reageren ze altijd verschrikt als ik zeg: toneelschool. Oei! Ik weet niet waarom het me geen schrik inboezemt. Ik ben nochtans van nature een bange en heb van veel dingen schrik. Maar niet van het feit dat ik later mogelijk geen werk ga hebben. Daar denk ik niet over na. Ik vind het zo evident dat ik ga acteren. 
 
En geen schrik dat je je in de armoede gaat storten?
 
Evelien Bosmans: Ik ben vandaag nog maar student, maar ik kan met wat ik nu verdien keigoed leven. Het belangrijkste is dat ik het heb aangedurfd. Dat was misschien mijn grootste angst: dat ik die stap nooit had durven zetten en daar later veel spijt van zou krijgen. Zoveel mensen willen het theater in maar er zijn er maar weinig die het echt aangedurfd hebben. 
 
Naar verluidt is het theatermilieu vrij hard: jullie zijn mekaars concurrenten voor maar een beperkt aantal rollen.
 
Evelien Bosmans: Dat gevoel heb ik nog nooit gehad. Echt niet. Tot nu toe zijn mijn tegenspeelsters allemaal schatten van mensen. Misschien heb ik keiveel geluk. Tiny Bertels, die mijn moeder speelt in ‘Groenten uit Balen’, is fantastisch. Ook bij ‘Rang 1’ zijn het lieve collega’s: Vic De Wachter en Gilda De Bal vormen samen een prachtig koppel. Iedereen is ‘ik weet niet hoe lief en tof’. 
 
Welke rollen liggen je het best? Zwaarwichtige rollen, vermoeden we.
 
Evelien Bosmans: Zeker! Rollen waar vlees aan zit. Waarin je alle emoties kan laten zien. Maar even belangrijk zijn goedgeschreven rollen. Ik vang op dat het in Vlaanderen wel eens ontbreekt aan goede scenaristen en toneelschrijvers. Het script van ‘Groenten uit Balen’ is geniaal. De eerste maal dat ik het las, heb ik echt moeten lachen en dat gebeurt zelden. Het is niet voor niets dat het toneelstuk al honderden malen is opgevoerd. 
 
Zie je jezelf in een soap meespelen?
 
Evelien Bosmans: Nee, dat wil ik echt niet doen. ‘Rang 1’ moet al tegen een hoog tempo gedraaid worden. Een soap moet allicht nog sneller. Alvorens je aan een scène begint, moet je het als actrice wel allemaal ergens uithalen. Als je daarvoor nog minder tijd krijgt, kan ik dat echt niet aan.
 
Denk je dat je de luxe gaat hebben om zelf je rollen te kiezen?
 
Evelien Bosmans: Ik wil dat nu wel proberen. Maar niet als ik kinderen heb. Eenmaal kinderen moet je zorgen dat ze eten hebben. Daarvoor wil ik met plezier in een soap gaan spelen. Maar zolang ik nog op mezelf ben, wil ik heel graag alleen maar dingen doen die me echt interesseren en liefst nog met spelers die ik fantastisch vind. Je moet dat doen voor jezelf. Ga jij voor pakweg voor ‘Dag Allemaal’ schrijven? Voila! Ik ga niet voor een ander bepalen wat niveau heeft en wat niet. Het is maar waar je van houdt, waar je hart ligt, wat je boeiend vindt. 
 
Heb je nog tijd voor andere dingen?
 
Evelien Bosmans: Als ik tijd heb, breng ik die het liefst door met mijn lief. Ik zou wel erg graag weer meer lezen. Lezen heb ik altijd heel veel gedaan. Maar ik ben nu al drie maanden bezig met ‘Sprakeloos’ van Tom Lanoye.  En het blijft maar liggen en het geraakt maar niet uit. 
 
Toch nog erg veel succes toegewenst!
 
Tekst: Stijn Janssen
Foto’s: Bart Van der Moeren
 
Share/Save/Bookmark

Waar vind ik Suiker?

Suiker vind je in je wijk, dorp of stad. Op honderden plaatsen.
Klik voor een volledig overzicht van de verdeelpunten!

April-nummer

 
 
 

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009